Voor thuis
Thuiszitters
Als een leerling thuis komt te zitten, is dat na jarenlange strijd. Want elk kind wil meedoen. Desnoods, tegen de klippen op. Qua intelligentie zou het tenslotte moeten lukken. Maar het lukt niet.
Van leerling naar thuiszitter
Wij als ouders, leraren en andere volwassenen zien niet elk stapje en elke frustratie in die strijd. Pas als de vulkaan in hoofd en lijf overloopt, krijgen we een glimp. Maar zomaar willen stoppen met school? Dat wil geen kind.
Voor we verder gaan, één belofte: er komt beweging.
Het verdriet van thuiszittende kinderen
Het is zwaar en vraagt een berg lef om je niet te voegen naar het systeem. Een leerling die thuiszit, heeft dan ook vaak depressieve klachten. Dat kan zich uiten in teruggetrokken gedrag, maar ook (juist) in woede-uitbarstingen, in arrogantie, in niet-uit-te-stane betweterig- of eigenwijsheid.
Het lijkt allemaal spel. Het verdriet er niet bij te horen, onbegrepen te zijn, is altijd groter.
We gaan van start
De eerste stap die ik zet als ik bij jullie thuiskom, is contactherstel. Niet meteen die klas weer in. Dat is tenslotte niet voor niets, eerder niet gelukt. We gaan samen op zoek naar waar het kind zich zelf goed of handig in vindt. Waar het plezier in heeft. Waar zit dat precies, hoe ziet dat eruit, hoe voelt dat? Van daaruit bouwen we een bruggetje naar het goede gevoel dat er ook, ooit, op school was.
Ook spreken we, meteen in afspraak één, een activiteit, een experiment of opdracht af. Want je hoeft niet meteen naar school, maar er moet wél iets gebeuren. Al is het maar een wandeling, elke dag.
Een kind weer naar school. Waarom eigenlijk?
Als ouder ben je het vertrouwen misschien wel kwijt in het schoolsysteem. Daar kunnen we het met elkaar over hebben.
Maar los van de schoolplicht en, natuurlijk, het leren van vakken, is school vooral de plek waar je kind leert om zich sociaal staande te houden: dat is onmisbaar voor een fijn leven later.
We gaan voor durven, doen en doorzetten
Van thuiszitten wordt een kind afhankelijk en kwetsbaar. Juist deze kinderen blijven maar denken, denken, denken en draaien zichzelf daarmee vast. Ze durven niets meer.
Vrienden maken, meedoen, sporten, spelen – dat is de vitamine D voor het leven: leren, durven, doen en doorzetten.